Improvisatie-workshop in de zon

Gisteren was ik op uitnodiging van Theatersportgroep sPierKracht uit Hoofddorp in Zwaanshoek om mijn workshop De Onderstroom: Diepgang in Improvisatie te geven. De locatie was een mooie boerderij, met op zolder voldoende ruimte om aan de slag te gaan. Maar het was zulk mooi weer dat we al snel besloten de training op het terras achter de boerderij te houden. Een goede keuze, bleek al snel, want het was een zeer geslaagde middag. Dat is het mooie van improvisatie: je bent flexibel en kunt altijd inspelen op de omstandigheden.

Improviseren in het ziekenhuis

Het voelde toch een beetje alsof ik stiekem naar binnen was geslopen. Gisteren liep ik buiten de reguliere openingstijden en bezoekuren door de lange gangen van het ziekenhuis in Alkmaar. Niet om een behandeling te ondergaan of iemand te bezoeken, maar om de kinderartsen een workshop improvisatie-theater te geven. Ik moet eerlijk zeggen: ik was erg benieuwd naar hoe dat zou uitpakken. Een belangrijk uitgangspunt van improviseren waar ik ze kennis mee wilde laten maken, is om fouten te durven maken. Maar als er één beroepsgroep is die normaal gesproken geen fouten moet maken, dan zijn het wel artsen. Kan ik deze academici met zo’n belangrijk en serieus beroep ‘ja’ laten zeggen tegen het onbekende?

Feedback geven

Natuurlijk ging ik de artsen niet zeggen hoe ze een diagnose moeten stellen of een behandeltraject uitstippelen. Toch was de workshop niet alleen voor de lol, het team wilde elkaar ook meer feedback geven. En daarvoor zijn wat improvisatie-vaardigheden uit mijn workshop wel van toepassing: contact maken met elkaar, positief reageren, naar de ander luisteren en je eigen idee loslaten.

Uit de dip

Al snel bleek dat mijn voorbehoud volledig onterecht was: het bleek een groep met een open houding dat na een paar oefeningen steeds enthousiaster meedeed. De mooiste reactie kwam meteen na afloop toen één van de deelnemers zei: “Zo, ik ben meteen van mijn after-dienst-dip af!” Ik hoorde het en wist dat ook in een omgeving als een ziekenhuis improvisatie een functie heeft. Dat is het leuke aan mijn vak: op onverwachte plekken komen en daar wat theater, verbinding, plezier, creativiteit en energie brengen.

Congres, theater & wandverslag

Creativiteit, humor, energie en een frisse blik op de materie. Daar is vaak ontzettend veel behoefte aan op congressen, personeelsdagen en andere bedrijfsbijeenkomsten. Deze week was ik met theatergroep The Big Mo te gast bij zorgbedrijf Arjo om precies die ingrediënten toe te voegen. En we waren niet de enigen. De tekenaars van Creatief Verslag maakten achterin de zaal een wandverslag. Wat wij deden met interactief theater, deden zij met cartoons. Ontzettend leuk om te zien. Helemaal natuurlijk omdat ik daardoor zelf ook de eer had op als stripfiguur op te duiken.

Theatersport & jury

Dit weekend was ik op het Nederlands Theatersport Toernooi, zeg maar het NK improvisatietheater. Vier jaar geleden won ik het toernooi met de formatie De Vereeniging, dit jaar zat ik in de jury. Dat betekende niet alleen beoordelen – alle geïmproviseerde scènes krijgen punten voor inhoud, techniek en amusement – maar vooral ook heel veel coachen.

De opzet van het toernooi is heel duidelijk dat iedereen samen verantwoordelijk is voor mooie shows: de acteurs, de presentator, de muzikant, de lichttechnicus en dus ook de jury. Uiteindelijk zijn het de spelers die het moeten doen, maar als jury wil je ze helpen het maximale uit zichzelf te halen en daar deed ik met mijn collega-juryleden Roos Slingerland en Matthijs Kop dan ook mijn best voor. Dat werd gewaardeerd, want we kregen de halve finale in de grote theaterzaal van Het Huis Utrecht toegewezen.

Wat zou het mooi zijn als dit principe vaker wordt toegepast: degene die beoordeelt is medeverantwoordelijk en helpt beide teams. Een scheidsrechter die bij het voetballen af en toe een tactische tip bij de rechtsachter influistert. Of staat te juichen bij iedere mooie actie en alle doelpunten. Of penalties uitdeelt als het te saai voor het publiek wordt. Helemaal mooi zou Voor fanatieke supporters zou het niks zijn, maar de neutrale toeschouwer ervan kunnen genieten. En dat is wat theatersport zo mooi maakt: ja, het is de bedoeling dat het beste team met de beker en de titel naar huis gaat. Maar het is nog belangrijker dat het publiek ervan geniet. En dat is zeer zeker gelukt!

Foto: SuperFormosa

Kennismaken met theatersport in Hoofddorp

Woon je in (de buurt van) Hoofddorp en wil je wel eens kennismaken met improvisatie en theatersport? Of ken je zo iemand? Dan is dit wat voor jou: woensdag 25 april geef ik een introductieworkshop. Leuk, leerzaam, laagdrempelig en zonder verdere verplichtingen. De workshop kan bij voldoende animo leiden tot een complete cursus, maar dat zien we dan wel weer. Meer weten of inschrijven? Klik dan hier

Over The Beatles en creatieve communicatie

Begin dit jaar werd ik gevraagd mee te doen aan een onderzoek(je) naar creative communicatie. Ik deelde mijn mening en ervaring via een paar pittige vragen. De lastigste was misschien wel wat ik de beste communicatie-uiting aller tijden vond. Na het nodige wikken en wegen vulde ik in: de hoes van het Beatles-album Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band, in combinatie met de hoes van de opvolger: the white album. Gisteravond zat ik in theater Carré en kwam ik tot de conclusie dat ik ernaast zat: het is alleen the white album.

De hoes van het album Sgt. Pepper is vol. Heel vol. Met letters, kleuren en 65 beroemde mensen. Het is nog altijd één van de beroemdste hoezen aller tijden. Maar meer van hetzelfde was niks voor de band en dus kozen ze voor de volgende plaat een ontwerp van kunstenaar Richard Hamilton dat precies het tegenovergestelde was: een wit vlak met in witte letter The Beatles (de officiële naam van het album) en een simpel serienummer. Een perfecte combinatie waardoor de Beatles de rest van de wereld voor de zoveelste keer een stap voor waren. Een even simpele als briljante zet vind ik en dus schreef ik dat op als beste communicatie-uiting. Maar zoals gezegd: ik heb me inmiddels bedacht.

Uniek

Momenteel toert de Beatles-reconstructieband The Analogues met een show waarin ze het hele witte dubbelalbum naspelen. Op de achtergrond is aan het begin van de show een aantal lege witte vlakken te zien. Maar komen daarvoor afbeeldingen van de platenhoes in de plaats. Is dat dan niet hetzelfde? Nee. De band heeft 128 originele hoezen ingescand en verwerkt. En die zijn niet meer leeg. Er zit plakband op, of koffievlekken. Op sommige exemplaren is getekend of geschreven. En in bijna alle gevallen zie je de vorm van de plaat er doorheen schijnen. Het ontwerp leeft en is na 50 jaar niet meer wit en leeg. Elke hoes is inmiddels uniek. Op de foto hierboven zie je mijn eigen exemplaar, dat ik voor een paar euro van Marktplaats plukte. Het leeft.

Lessen

Daarom bij deze een correctie: de witte albumhoes is de beste creatieve communicatie-uiting aller tijden. En de lessen die we kunnen leren zijn:

  • Durf te breken met het oude en nieuwe paden in te slaan
  • Laat je creaties hun eigen leven leiden
  • Perfectie betekent niet dat er niks meer bij kan, maar dat er niks meer weg kan.

PS voor de ware liefhebber schreef ik voor improblog.nl al eens een stuk met 10 lessen van The Beatles die toepasbaar zijn op improvisatie-theater: http://www.improblog.nl/improblog/10-improvisatie-lessen-the-beatles/

Podcast voor IMPRO Amsterdam

Een paar weken geleden presenteerde ik voor het internationale festival IMPRO Amsterdam een podcast. Te gasten waren Katy Schutte en Ryan Millar, die beide een boek over improvisatietheater hebben geschreven. Je kunt de podcast hier beluisteren of hier downloaden.

De politie, de toon en de improvisatie

Met theatergroep The Big Mo was ik afgelopen week te gast op een bijeenkomst van de politie en het OM. Het centrale thema was communicatie en dan vooral de externe: hoe ga je om met mondige burgers en de pers? Een mooi en belangrijk onderwerp dat voor de pauze helder uiteen werd gezet met een aantal casussen uit de praktijk. En het laat zich raden die op een bijeenkomst gaan over serieuze zaken. Zij hebben tenslotte te maken met leven en dood.

Tussen theater en training

Na de pauze boog de zaal zich over een aantal fictieve casussen, die collega Monique van Aken en ik tot leven brachten door scènes te spelen. Aangezien we af en toe mensen uit de zaal naar voren haalden om mee te spelen, zat deze opdracht ergens tussen een theatervoorstelling en trainingsacteren in. Dat maakte ook dat we het vooraf vooral hadden over de toon.

Serieus met humor

Enerzijds is het een serieuze bijeenkomst met een duidelijk inhoudelijk doel. Dat neigt naar meer ingeleefd en realistisch spel. Anderzijds willen we ook niet dat het te droog of te zwaar wordt, een beetje luchtigheid doet vaak wonderen. Het kan energie brengen, de aandacht en betrokkenheid van het publiek sturen en ik ben ervan overtuigd dat mensen ook meer leren als ze ergens plezier in hebben. En dus kozen we ervoor de scènes met de nodige humor te brengen. Talkshowhost Hans Vogel die ik neerzette was net iets te scheutig met ‘neem ons mee naar dat moment’ en ‘wat ging er op dat moment door u heen’ en Monique van Aken speelde haar afgeperste ondernemer (Esther Bal van Megasnack) ook lekker vet (padoempatsj). Ook bij de andere personages die we opvoerden – ooggetuigen, bezorgde burgers, agenten, openbaar aanklagers) zochten we naar de balans tussen de humor en inhoud. Die hebben we ook gevonden naar mijn gevoel (en getuige de reacties na afloop). Toch blijft het spannend, je wilt de plank niet mis slaan.

Acteren & improviseren

Wat daar enorm bij helpt is dat we kunnen improviseren. Dat geeft ons de vrijheid en ruimte om flexibel te zijn en subtiele (of minder subtiele) veranderingen door te voeren. We houden continu voeling met de zaal en kunnen wat we spelen indien nodig bijsturen. Hadden we alle scènes volledig uitgeschreven, ingestudeerd en gerepeteerd, dan zou dat ontbreken. Voor deze opzet – steeds een korte scène gevolgd door een inhoudelijke discussie in de zaal – is improvisatietheater ideaal.

Inkoppertje

Dat geldt niet alleen voor de toon en sfeer die je als acteur neerzet, maar ook voor de tekst in de scène. Voorbeeldje: in de discussie merkte iemand op dat het van belang was de zaak ook door de bril van de ander te bekijken. Toen ik daarna een brildragende openbaar aanklager speelde die een discussie had met een teamleider van de politie was de grap dan ook snel gemaakt. Een inkoppertje? Misschien. Maar wel één die je alleen kunt maken als je de ruimte hebt om te improviseren.

 

De meta-valkuil van presentatie-training

Soms ontkom je niet aan gedachten op meta-niveau. Als je een sollicitatiebrief schrijft voor een baan als tekstschrijver bijvoorbeeld. Of als je feedback geeft op de feedback die iemand geeft of een training over het geven van trainingen. Of een hartchirurg moet opereren. Toegegeven, in dat laatste voorbeeld heb je er weinig last van aangezien de ander onder narcose is, maar daar gaat het even niet om. Wat ik maar wil zeggen is dat wat je doet en waar je het over hebt soms samen vallen.

Presentatie-technieken

Ik kom dat bijvoorbeeld tegen als ik presentatietraining geef. Deze week mocht ik dat weer doen, voor een team account-managers van De Persgroep. Ik had me uiteraard goed voorbereid en het gebied afgebakend: het ging om presentatie-techniek en wat ik daar met mijn achtergrond in het (improvisatie-) theater aan kon toevoegen. Dat heb ik vaker gedaan en ik heb een rijk arsenaal aan oefeningen, tips en ervaringen om er een succes van te maken.

Onbewust toepassen

Maar toch, juist omdat het gaat over presenteren voelde ik net iets meer spanning dan normaal om voor de groep te gaan staan. Als ik iets zeg over houding, stemgebruik, armgebaren, ademhaling, oogcontact dan moet ik dat zelf natuurlijk ook doen. En goed ook. Juist daar schuilt het gevaar: het te goed willen doen en je te veel bewust zijn van wat je aan het doen bent, kan in de weg zitten. Je wilt de technieken onbewust toepassen tijdens het presenteren, als een programma dat op de achtergrond draait. Maar dat wordt nu bemoeilijkt.

Startpunt

Mijn oplossing was om gebruik te maken van dit probleem. In mijn introductie nam ik de groep mee in mijn perspectief van iemand die net nog tussen de groep zat koffie te drinken en nu ineens voor de groep stond en alle ogen op zich gericht wist. En dat wat met je doet, zelfs al ben je het gewend. Het gaat erom hoe je daar mee omgaat en dat vormde een mooi startpunt voor mijn training. Die overigens erg goed ging, al zeg ik het zelf.

Meta-meta

Voor de ware liefhebber tot slot nog een mooi inception-momentje uit die sessie. Ik wees één van de deelnemers op het gebruik van al te veel meta-commentaar in de presentatie (bijvoorbeeld ‘oh, deze slide had ik nog niet verwacht’, ‘hopelijk start het filmpje’). Toen ik dat vervolgens nog een zag gebeuren en aankaartte, gaf ik dus meta-meta-commentaar. Als probeer te bedenken wat het is nu ik dit weer aanhaal in deze blog, begint het me al te duizelen…

Weer een volle week met veel leuke klussen achter de rug: podcasten, muziek maken en presenteren op het internationale festival IMPRO Amsterdam, les geven over het ontwikkelen van nieuwe formats bij het haagse collectief Improfessioneel, zelf optreden in Nijmegen en tot slot mijn cursisten bij CREA door hun voorstelling loodsen. En ook komende week staan er weer een hoop uitdagende activiteiten op de agenda!