5 tips om te improviseren tijdens een crisis

De uitbraak van het coronavirus dwingt bijna iedereen om te improviseren. Of je nou ineens vanuit huis moet werken, even helemaal geen werk meer hebt of je kinderen de hele dag bezig moet houden (of zelf les geeft). Als improvisatie-specialist vertaal ik vaker tips en uitgangspunten uit het improvisatietheater naar andere gebieden om toe te passen. Meestal doe ik dat voor bedrijven en instellingen, maar aangezien alle voorstellingen, trainingen en workshops zijn afgelast nu in een blog.

1 – Accepteer (hoe moeilijk dat ook is)

Het is een basisregel van het improviseren: als je samen zonder script op het podium staat, moet je meegaan met het idee van de ander. Het beste idee is nooit het idee dat jij in je hoofd hebt, maar het idee dat op dat moment gespeeld wordt op het podium. Hoe leuk, goed en geweldig jouw ingeving ook is.

Dat geldt ook als je moet improviseren op de werkvloer. Of in dit geval: op de keukenvloer. Als je daar je werk doet. Terwijl je collega’s niet snappen van dat digitaal vergaderen. En je kind de vaatwastabletten in zijn mond stopt. Laat los hoe jij denkt dat het zou moeten zijn, maar accepteer de situatie zoals die is en maak daar het beste van (en haal dat vaatwastablet uit de mond van je kind. Is vast giftig).

2 – Doe iets (wat dan ook)

Tijdens het improviseren op het podium, sta je soms aarzelend aan de kant. Je wilt wat doen. Een bijdrage leveren. Helpen. Betrokken zijn. Maar je weet even niet hoe. Je gaat steeds meer in je hoofd zitten en de drempel om naar voren te stappen steeds groter. Ondertussen gaat de voorstelling steeds verder. Ik zie als improvisatie-docent ook vaak dat spelers op het podium vooral stilstaan en met elkaar praten. Voor beide gevallen geldt: luister niet naar je hoofd maar naar je benen en die zeggen meestal: kom in actie! Het gaat erom dat je iets doet, niet wat je doet.

Wat de situatie ook is waar je nu in zit door de corona-uitbraak: het uitgangspunt blijft hetzelfde. Begin gewoon ergens. Je hoeft niet de hele trap te zien, neem gewoon de eerste trede (zoals Martin Luther King jr. gezegd schijnt te hebben). Het begin is misschien onwennig, maar door initiatief te nemen zet je een kettingreactie in werking. Als jij een idee hebt, kunnen anderen daar weer op voortbouwen. En als anderen ideeën hebben, vinden ze het vast fijn als jij ze erbij helpt (zie je hoe tip 1 en tip 2 op elkaar aansluiten?)

3 – Maak contact (en sta daar ook voor open)

Toen ik begon met improviseren in het theater, was ik vooral met mezelf bezig. Deed ik het wel goed? En vooral: scoor ik wel bij het publiek? Pas na verloop van tijd besefte ik dat spoelen vanuit contact met mijn medespelers veel fijner is. Goed luisteren naar de ander (niet alleen wat hij zegt maar ook hoe hij het zegt) levert zoveel inspiratie op, dat ik veel minder hoef te bedenken. Voor goed kijken naar de ander (wat doet hij en wat voor gevoel krijg ik daarbij) geldt hetzelfde.

We zitten in een tijd van ‘social distancing’. Het lijkt misschien moeilijk om nu contact te leggen, ik zie om me heen dat het juist nu ontstaat vanuit behoefte. Mensen maken Whatsapp-groepjes, bellen elkaar en vragen aan de oudere buurvrouw of ze ergens mee kunnen helpen. Zojuist stond ik voor het eerst op het balkon te applaudisseren. Uit respect voor de mensen die in de zorg werken, maar ook om even verbinding te maken met de andere mensen uit de straat. Even samen te zijn. (Als je de behoefte voelt om contact te maken maar niet weet hoe: zie tip 2).

4 – Doe aardig (of doe in ieder geval je best)

In het Engels is “don’t be a dick” de laatste jaren aardig in opkomst als uitgangspunt voor improvisatoren. Bedoeld om vervelend gedrag op (en naast) het podium uit te bannen. Grappen maken ten koste van een ander, discriminerende of seksistische opmerkingen, dat soort werk. Juist zonder script of regisseur moet je (sociaal) veilig zijn bij je medespelers. Zelf formuleer ik het liever positief. In plaats van “wees geen eikel” “doe aardig”. Wat dat precies inhoudt? Dat weet je zelf wel (en als je tip 3 opvolgt, merk je het ook vanzelf).

Hoe dit toepasbaar is in het dagelijks leven ten tijde van de huidige crisis, behoeft geen verdere uitleg…

5 – Zet door (en vertrouw erop dat er mooie dingen uit komen)

Vaak zie ik in geïmproviseerd heel veel mooie opzetjes voor verhalen, scenes en sketches. Maar voor ze tot volle wasdom komen, gaan de spelers alweer verder met een heel ander idee. Zonde, want dan moet je weer van voor af aan beginnen. Vertrouw erop dat als je zo maar ergens begint (tip 2) en je dat doorzet, je uiteindelijk mooie resultaten bereikt.

Heel veel mensen zitten in een voor hen onbekende situatie door het corona-virus en de getroffen maatregelen. Maar ik zie ook hele mooie dingen ontstaan. Bedrijven die gratis kennis en middelen ter beschikking stellen. Docenten die razendsnel online lesmateriaal maken (en delen). Mensen die zelf mondkapjes maken. Acties om de medewerkers in de zorg te steunen. Als we dat doorzetten, komen we er doorheen. Waarschijnlijk kost de hele crisis ons heel veel, zowel materieel als emotioneel. Maar als we de goede dingen doorzetten, dan kan het ook nog een paar goede dingen opleveren. Daar vertrouw ik op.

Beter presenteren: 5 tips tegen zenuwen

Zenuwachtig voor presentatie

Veel van mijn theatercursisten en deelnemers aan mijn presentatietraining geven aan dat ze ontzettend nerveus zijn als ze een presentatie moeten geven voor hun werk of studie. Door theater- en improvisatietechnieken te leren, kan ik ze daarmee helpen. In deze blog vijf (of eigenlijk stiekem zes) tips die ik veel geef en waarvan ik veel resultaat zie.

Lees meer

Goede voornemens voor 2019

Voor Improblog – een website voor improvisatietheater-makers – zette ik mijn goede voornemens voor 2019 op een rijtje.

Improviseren & debatteren

Aangezien ik training geef in zowel improviseren als debatteren, schreef ik een blog over de overeenkomsten tussen deze twee. Ik denk dat de theatervloer en de debat-arena dichter bij elkaar liggen dan je zou denken. En dat een kruisbestuiving erg nuttig en leerzaam zou kunnen zijn. Meer daarover in mijn artikel voor improblog.nl

Undercover muzikale improvisatie

 

Als de kunst van het improviseren je basis is, is elk optreden verrassend. Maar als je, zoals ik, al jarenlang regelmatig improviseert dan gaat de echte verrassing er soms een klein beetje af. Niet voor het publiek, dat is eigenlijk altijd overdonderd als het voor eigen ogen een voorstelling ter plekke ziet ontstaan, maar wel voor jezelf. Gelukkig komt er geregeld een mailtje voorbij met een aanvraag die je dan wel weer opnieuw verrast en uitdaagt. Zo’n mail kreeg ik een aantal weken geleden.

Theatrale opschudding

Het ging om een optreden tijdens een tuinfeest in Doorn waar de gasten wel wat verrast en opgeschud mochten worden. De vorige keer speelde twee acteurs opgepaste gasten, die zich steeds vreemder gingen gedragen. Zoiets zou weer ontzettend leuk zijn. Het eerste wat ik dacht was: dat is dus al eens gedaan, dat moet je niet nog een keer doen. Na wat overleg stelde ik het volgende concept voor: Zangeres en collega-improvisator Doris Bartels  en ik mengen ons onder de gasten. Tijdens de gesprekken die we voeren letten we heel goed op en wat we daarin te horen krijgen verwerken we in een muzikaal optreden.

Alibi

Zo gezegd zo gedaan. We kregen allebei een alibi, zo was ik een oud-collega van de organisator en deed ik me een middag lang voor als docent Nederlands. Zodra het te veel over deze zogenaamde baan ging, stuurde ik het gesprek gauw een andere kant op. Toch ontkwam ik er af en toe niet aan erover te praten, zo heb ik ter plekke eindexamenresultaten verzonnen. Hilariteit alom toen ik daar tijdens ons optreden met een knipoog mijn excuses voor deze onzin aanbood.

Gespreksstof

Het bijzondere van dit experiment was voor mij dat ik zulke boeiende gesprekken had tijdens het feestje. Ik kende er niemand en de meeste gasten waren een stuk ouder dan ik, maar ik heb heel leuk contact gehad. De reden: ik luisterde extra goed omdat ik wist dat wat er werd verteld voer was voor ons optreden. Luisteren is sowieso een vaardigheid die je opdoet door je te bekwamen in improvisatie-theater (het komt ook vaak terug in de trainingen en workshops die ik verzorg). Ook als je scenes en verhalen speelt is het van groot belang goed te luisteren naar je medespelers.

Onthulling

Het uiteindelijke optreden bestond uit een bestaand lied (Summertime) ter introductie, een praatje van mij (met uitleg en wat grappen en observaties) en een geïmproviseerd lied waarbij ik Doris begeleide op gitaar. Ze koos als thema ‘vakantie’ en schudde de coupletten over de vakantieplannen van de gasten uit haar mouw, tot groot vermaak van de toehoorders die nauwelijks konden geloven dat wat ze net nietsvermoedend hadden verteld nu werd bezongen. Drie weken met een camper door Kroatië waarbij alleen de man rijdt. De halve wereld over vliegen om vooral lekker niets te gaan doen.

Missie geslaagd

Na afloop waren we dik tevreden over dit bijzondere optreden. Het is weer eens wat anders dan trainingen en workshops geven of op een podium staan waarbij het publiek bewust input geeft. Een geheim muzikaal improvisatie-duo is geboren. Feestgangers, wees op uw hoede wat u ons toevertrouwt…

De dagvoorzitter en het mysterie van de ontbrekende spreker

Het was bijna half tien. Ik stond als dagvoorzitter op het podium in de Fokker Terminal in Den Haag tijdens een congres van VPM en keek zoals afgesproken naar iemand van de organisatie om te checken of de eerste spreker er al was. Die moest namelijk over ongeveer een minuut beginnen en tot dusverre was zijn status nog één groot vraagteken. Nog niet aanwezig in het pand en telefonisch onbereikbaar voor zowel ons als het sprekersbureau via wie hij geboekt was.

De ontbrekende spreker

Nou heb ik van mijn ruimte podium-ervaring geleerd om van een probleem achter de schermen niet het probleem van het publiek te maken. Ik zei er dan ook niks over toen ik het congres opende en adviseerde de voorzitter van de vereniging dat ook niet te doen in haar openingswoord. We lossen het wel op, was mijn overtuiging. Zo vroegen we de spreker die als tweede op het programma stond of ze eventueel eerder zou kunnen beginnen. Tuurlijk, antwoordde Hélène Oosterhuis professioneel. Dan hadden we nog wat meer tijd om op de ontbrekende spreker te wachten. Ze bood zelfs aan haar lezing wat uit te breiden. ‘Mooi’, zei ik. ‘Ik kan ook wel wat extra doen door wat te vertellen over de uitgangspunten van het improviseren en wat actieve oefeningen met de zaal.’ De stress in de ogen van het organiserende bestuur – dat zo lang en intensief aan het congres had gewerkt – werd gelukkig al wat minder.

De improviserende dagvoorzitter

Lang verhaal kort: ik zag vanaf het podium een duim omhoog. De spreker was gearriveerd. Ongeveer een minuut voor hij op moest. Ik kondigde hem aan. Applaus. Lezing begint. Maar rustig achterover leunen zat er nog niet in. Het verhaal van de spreker was tamelijk ongestructureerd. Op een eerste interruptie vanuit de zaal zei hij dat hij daar wel van hield: vragen en opmerkingen tijdens zijn verhaal. Nou, dat laat een kritische zaal zich geen twee keer zeggen. En dus ging ik de zaal door met mijn handmicrofoon om alle bijdrages te versterken, zodat iedereen in de zaal alles kon verstaan. Gepland? Nee. Gewenst? Ja. ‘Het leek wel of je gedachten kon lezen want net toen ik dacht dat er een microfoon heen moest stond je er al’, zei een bestuurslid in de pauze. Kijk, dat soort complimenten hoor ik graag. Als dagvoorzitter moet je kunnen improviseren.

Voorbereiding van het congres

Dat betekent trouwens niet dat een goede voorbereiding zinloos is. Al maanden voor het congres had ik contact met de organisatie en dacht ik mee over de invulling van de dag. Hoe moet het draaiboek eruit zien? Hoe zorgen we ervoor dat mensen met elkaar in contact komen? Hoe kunnen we de inhoud van de workshops delen met degenen die er niet zelf bij waren?

Als een trein

Na het gedoe met de eerste spreker liep de dag als een trein. Juist dankzij die goede voorbereiding. Maar omdat het zelden voorkomt dat alles volgens draaiboek loopt, kan ik van toegevoegde waarde zijn als improviserende dagvoorzitter.

Improviseren in het ziekenhuis

Het voelde toch een beetje alsof ik stiekem naar binnen was geslopen. Gisteren liep ik buiten de reguliere openingstijden en bezoekuren door de lange gangen van het ziekenhuis in Alkmaar. Niet om een behandeling te ondergaan of iemand te bezoeken, maar om de kinderartsen een workshop improvisatie-theater te geven. Ik moet eerlijk zeggen: ik was erg benieuwd naar hoe dat zou uitpakken. Een belangrijk uitgangspunt van improviseren waar ik ze kennis mee wilde laten maken, is om fouten te durven maken. Maar als er één beroepsgroep is die normaal gesproken geen fouten moet maken, dan zijn het wel artsen. Kan ik deze academici met zo’n belangrijk en serieus beroep ‘ja’ laten zeggen tegen het onbekende?

Feedback geven

Natuurlijk ging ik de artsen niet zeggen hoe ze een diagnose moeten stellen of een behandeltraject uitstippelen. Toch was de workshop niet alleen voor de lol, het team wilde elkaar ook meer feedback geven. En daarvoor zijn wat improvisatie-vaardigheden uit mijn workshop wel van toepassing: contact maken met elkaar, positief reageren, naar de ander luisteren en je eigen idee loslaten.

Uit de dip

Al snel bleek dat mijn voorbehoud volledig onterecht was: het bleek een groep met een open houding dat na een paar oefeningen steeds enthousiaster meedeed. De mooiste reactie kwam meteen na afloop toen één van de deelnemers zei: “Zo, ik ben meteen van mijn after-dienst-dip af!” Ik hoorde het en wist dat ook in een omgeving als een ziekenhuis improvisatie een functie heeft. Dat is het leuke aan mijn vak: op onverwachte plekken komen en daar wat theater, verbinding, plezier, creativiteit en energie brengen.

Theatersport & jury

Dit weekend was ik op het Nederlands Theatersport Toernooi, zeg maar het NK improvisatietheater. Vier jaar geleden won ik het toernooi met de formatie De Vereeniging, dit jaar zat ik in de jury. Dat betekende niet alleen beoordelen – alle geïmproviseerde scènes krijgen punten voor inhoud, techniek en amusement – maar vooral ook heel veel coachen.

De opzet van het toernooi is heel duidelijk dat iedereen samen verantwoordelijk is voor mooie shows: de acteurs, de presentator, de muzikant, de lichttechnicus en dus ook de jury. Uiteindelijk zijn het de spelers die het moeten doen, maar als jury wil je ze helpen het maximale uit zichzelf te halen en daar deed ik met mijn collega-juryleden Roos Slingerland en Matthijs Kop dan ook mijn best voor. Dat werd gewaardeerd, want we kregen de halve finale in de grote theaterzaal van Het Huis Utrecht toegewezen.

Wat zou het mooi zijn als dit principe vaker wordt toegepast: degene die beoordeelt is medeverantwoordelijk en helpt beide teams. Een scheidsrechter die bij het voetballen af en toe een tactische tip bij de rechtsachter influistert. Of staat te juichen bij iedere mooie actie en alle doelpunten. Of penalties uitdeelt als het te saai voor het publiek wordt. Helemaal mooi zou Voor fanatieke supporters zou het niks zijn, maar de neutrale toeschouwer ervan kunnen genieten. En dat is wat theatersport zo mooi maakt: ja, het is de bedoeling dat het beste team met de beker en de titel naar huis gaat. Maar het is nog belangrijker dat het publiek ervan geniet. En dat is zeer zeker gelukt!

Foto: SuperFormosa

Over The Beatles en creatieve communicatie

Begin dit jaar werd ik gevraagd mee te doen aan een onderzoek(je) naar creative communicatie. Ik deelde mijn mening en ervaring via een paar pittige vragen. De lastigste was misschien wel wat ik de beste communicatie-uiting aller tijden vond. Na het nodige wikken en wegen vulde ik in: de hoes van het Beatles-album Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band, in combinatie met de hoes van de opvolger: the white album. Gisteravond zat ik in theater Carré en kwam ik tot de conclusie dat ik ernaast zat: het is alleen the white album.

De hoes van het album Sgt. Pepper is vol. Heel vol. Met letters, kleuren en 65 beroemde mensen. Het is nog altijd één van de beroemdste hoezen aller tijden. Maar meer van hetzelfde was niks voor de band en dus kozen ze voor de volgende plaat een ontwerp van kunstenaar Richard Hamilton dat precies het tegenovergestelde was: een wit vlak met in witte letter The Beatles (de officiële naam van het album) en een simpel serienummer. Een perfecte combinatie waardoor de Beatles de rest van de wereld voor de zoveelste keer een stap voor waren. Een even simpele als briljante zet vind ik en dus schreef ik dat op als beste communicatie-uiting. Maar zoals gezegd: ik heb me inmiddels bedacht.

Uniek

Momenteel toert de Beatles-reconstructieband The Analogues met een show waarin ze het hele witte dubbelalbum naspelen. Op de achtergrond is aan het begin van de show een aantal lege witte vlakken te zien. Maar komen daarvoor afbeeldingen van de platenhoes in de plaats. Is dat dan niet hetzelfde? Nee. De band heeft 128 originele hoezen ingescand en verwerkt. En die zijn niet meer leeg. Er zit plakband op, of koffievlekken. Op sommige exemplaren is getekend of geschreven. En in bijna alle gevallen zie je de vorm van de plaat er doorheen schijnen. Het ontwerp leeft en is na 50 jaar niet meer wit en leeg. Elke hoes is inmiddels uniek. Op de foto hierboven zie je mijn eigen exemplaar, dat ik voor een paar euro van Marktplaats plukte. Het leeft.

Lessen

Daarom bij deze een correctie: de witte albumhoes is de beste creatieve communicatie-uiting aller tijden. En de lessen die we kunnen leren zijn:

  • Durf te breken met het oude en nieuwe paden in te slaan
  • Laat je creaties hun eigen leven leiden
  • Perfectie betekent niet dat er niks meer bij kan, maar dat er niks meer weg kan.

PS voor de ware liefhebber schreef ik voor improblog.nl al eens een stuk met 10 lessen van The Beatles die toepasbaar zijn op improvisatie-theater: http://www.improblog.nl/improblog/10-improvisatie-lessen-the-beatles/

De politie, de toon en de improvisatie

Met theatergroep The Big Mo was ik afgelopen week te gast op een bijeenkomst van de politie en het OM. Het centrale thema was communicatie en dan vooral de externe: hoe ga je om met mondige burgers en de pers? Een mooi en belangrijk onderwerp dat voor de pauze helder uiteen werd gezet met een aantal casussen uit de praktijk. En het laat zich raden die op een bijeenkomst gaan over serieuze zaken. Zij hebben tenslotte te maken met leven en dood.

Tussen theater en training

Na de pauze boog de zaal zich over een aantal fictieve casussen, die collega Monique van Aken en ik tot leven brachten door scènes te spelen. Aangezien we af en toe mensen uit de zaal naar voren haalden om mee te spelen, zat deze opdracht ergens tussen een theatervoorstelling en trainingsacteren in. Dat maakte ook dat we het vooraf vooral hadden over de toon.

Serieus met humor

Enerzijds is het een serieuze bijeenkomst met een duidelijk inhoudelijk doel. Dat neigt naar meer ingeleefd en realistisch spel. Anderzijds willen we ook niet dat het te droog of te zwaar wordt, een beetje luchtigheid doet vaak wonderen. Het kan energie brengen, de aandacht en betrokkenheid van het publiek sturen en ik ben ervan overtuigd dat mensen ook meer leren als ze ergens plezier in hebben. En dus kozen we ervoor de scènes met de nodige humor te brengen. Talkshowhost Hans Vogel die ik neerzette was net iets te scheutig met ‘neem ons mee naar dat moment’ en ‘wat ging er op dat moment door u heen’ en Monique van Aken speelde haar afgeperste ondernemer (Esther Bal van Megasnack) ook lekker vet (padoempatsj). Ook bij de andere personages die we opvoerden – ooggetuigen, bezorgde burgers, agenten, openbaar aanklagers) zochten we naar de balans tussen de humor en inhoud. Die hebben we ook gevonden naar mijn gevoel (en getuige de reacties na afloop). Toch blijft het spannend, je wilt de plank niet mis slaan.

Acteren & improviseren

Wat daar enorm bij helpt is dat we kunnen improviseren. Dat geeft ons de vrijheid en ruimte om flexibel te zijn en subtiele (of minder subtiele) veranderingen door te voeren. We houden continu voeling met de zaal en kunnen wat we spelen indien nodig bijsturen. Hadden we alle scènes volledig uitgeschreven, ingestudeerd en gerepeteerd, dan zou dat ontbreken. Voor deze opzet – steeds een korte scène gevolgd door een inhoudelijke discussie in de zaal – is improvisatietheater ideaal.

Inkoppertje

Dat geldt niet alleen voor de toon en sfeer die je als acteur neerzet, maar ook voor de tekst in de scène. Voorbeeldje: in de discussie merkte iemand op dat het van belang was de zaak ook door de bril van de ander te bekijken. Toen ik daarna een brildragende openbaar aanklager speelde die een discussie had met een teamleider van de politie was de grap dan ook snel gemaakt. Een inkoppertje? Misschien. Maar wel één die je alleen kunt maken als je de ruimte hebt om te improviseren.