Over The Beatles en creatieve communicatie

Begin dit jaar werd ik gevraagd mee te doen aan een onderzoek(je) naar creative communicatie. Ik deelde mijn mening en ervaring via een paar pittige vragen. De lastigste was misschien wel wat ik de beste communicatie-uiting aller tijden vond. Na het nodige wikken en wegen vulde ik in: de hoes van het Beatles-album Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band, in combinatie met de hoes van de opvolger: the white album. Gisteravond zat ik in theater Carré en kwam ik tot de conclusie dat ik ernaast zat: het is alleen the white album.

De hoes van het album Sgt. Pepper is vol. Heel vol. Met letters, kleuren en 65 beroemde mensen. Het is nog altijd één van de beroemdste hoezen aller tijden. Maar meer van hetzelfde was niks voor de band en dus kozen ze voor de volgende plaat een ontwerp van kunstenaar Richard Hamilton dat precies het tegenovergestelde was: een wit vlak met in witte letter The Beatles (de officiële naam van het album) en een simpel serienummer. Een perfecte combinatie waardoor de Beatles de rest van de wereld voor de zoveelste keer een stap voor waren. Een even simpele als briljante zet vind ik en dus schreef ik dat op als beste communicatie-uiting. Maar zoals gezegd: ik heb me inmiddels bedacht.

Uniek

Momenteel toert de Beatles-reconstructieband The Analogues met een show waarin ze het hele witte dubbelalbum naspelen. Op de achtergrond is aan het begin van de show een aantal lege witte vlakken te zien. Maar komen daarvoor afbeeldingen van de platenhoes in de plaats. Is dat dan niet hetzelfde? Nee. De band heeft 128 originele hoezen ingescand en verwerkt. En die zijn niet meer leeg. Er zit plakband op, of koffievlekken. Op sommige exemplaren is getekend of geschreven. En in bijna alle gevallen zie je de vorm van de plaat er doorheen schijnen. Het ontwerp leeft en is na 50 jaar niet meer wit en leeg. Elke hoes is inmiddels uniek. Op de foto hierboven zie je mijn eigen exemplaar, dat ik voor een paar euro van Marktplaats plukte. Het leeft.

Lessen

Daarom bij deze een correctie: de witte albumhoes is de beste creatieve communicatie-uiting aller tijden. En de lessen die we kunnen leren zijn:

  • Durf te breken met het oude en nieuwe paden in te slaan
  • Laat je creaties hun eigen leven leiden
  • Perfectie betekent niet dat er niks meer bij kan, maar dat er niks meer weg kan.

PS voor de ware liefhebber schreef ik voor improblog.nl al eens een stuk met 10 lessen van The Beatles die toepasbaar zijn op improvisatie-theater: http://www.improblog.nl/improblog/10-improvisatie-lessen-the-beatles/

Podcast voor IMPRO Amsterdam

Een paar weken geleden presenteerde ik voor het internationale festival IMPRO Amsterdam een podcast. Te gasten waren Katy Schutte en Ryan Millar, die beide een boek over improvisatietheater hebben geschreven. Je kunt de podcast hier beluisteren of hier downloaden.

De politie, de toon en de improvisatie

Met theatergroep The Big Mo was ik afgelopen week te gast op een bijeenkomst van de politie en het OM. Het centrale thema was communicatie en dan vooral de externe: hoe ga je om met mondige burgers en de pers? Een mooi en belangrijk onderwerp dat voor de pauze helder uiteen werd gezet met een aantal casussen uit de praktijk. En het laat zich raden die op een bijeenkomst gaan over serieuze zaken. Zij hebben tenslotte te maken met leven en dood.

Tussen theater en training

Na de pauze boog de zaal zich over een aantal fictieve casussen, die collega Monique van Aken en ik tot leven brachten door scènes te spelen. Aangezien we af en toe mensen uit de zaal naar voren haalden om mee te spelen, zat deze opdracht ergens tussen een theatervoorstelling en trainingsacteren in. Dat maakte ook dat we het vooraf vooral hadden over de toon.

Serieus met humor

Enerzijds is het een serieuze bijeenkomst met een duidelijk inhoudelijk doel. Dat neigt naar meer ingeleefd en realistisch spel. Anderzijds willen we ook niet dat het te droog of te zwaar wordt, een beetje luchtigheid doet vaak wonderen. Het kan energie brengen, de aandacht en betrokkenheid van het publiek sturen en ik ben ervan overtuigd dat mensen ook meer leren als ze ergens plezier in hebben. En dus kozen we ervoor de scènes met de nodige humor te brengen. Talkshowhost Hans Vogel die ik neerzette was net iets te scheutig met ‘neem ons mee naar dat moment’ en ‘wat ging er op dat moment door u heen’ en Monique van Aken speelde haar afgeperste ondernemer (Esther Bal van Megasnack) ook lekker vet (padoempatsj). Ook bij de andere personages die we opvoerden – ooggetuigen, bezorgde burgers, agenten, openbaar aanklagers) zochten we naar de balans tussen de humor en inhoud. Die hebben we ook gevonden naar mijn gevoel (en getuige de reacties na afloop). Toch blijft het spannend, je wilt de plank niet mis slaan.

Acteren & improviseren

Wat daar enorm bij helpt is dat we kunnen improviseren. Dat geeft ons de vrijheid en ruimte om flexibel te zijn en subtiele (of minder subtiele) veranderingen door te voeren. We houden continu voeling met de zaal en kunnen wat we spelen indien nodig bijsturen. Hadden we alle scènes volledig uitgeschreven, ingestudeerd en gerepeteerd, dan zou dat ontbreken. Voor deze opzet – steeds een korte scène gevolgd door een inhoudelijke discussie in de zaal – is improvisatietheater ideaal.

Inkoppertje

Dat geldt niet alleen voor de toon en sfeer die je als acteur neerzet, maar ook voor de tekst in de scène. Voorbeeldje: in de discussie merkte iemand op dat het van belang was de zaak ook door de bril van de ander te bekijken. Toen ik daarna een brildragende openbaar aanklager speelde die een discussie had met een teamleider van de politie was de grap dan ook snel gemaakt. Een inkoppertje? Misschien. Maar wel één die je alleen kunt maken als je de ruimte hebt om te improviseren.

 

De meta-valkuil van presentatie-training

Soms ontkom je niet aan gedachten op meta-niveau. Als je een sollicitatiebrief schrijft voor een baan als tekstschrijver bijvoorbeeld. Of als je feedback geeft op de feedback die iemand geeft of een training over het geven van trainingen. Of een hartchirurg moet opereren. Toegegeven, in dat laatste voorbeeld heb je er weinig last van aangezien de ander onder narcose is, maar daar gaat het even niet om. Wat ik maar wil zeggen is dat wat je doet en waar je het over hebt soms samen vallen.

Presentatie-technieken

Ik kom dat bijvoorbeeld tegen als ik presentatietraining geef. Deze week mocht ik dat weer doen, voor een team account-managers van De Persgroep. Ik had me uiteraard goed voorbereid en het gebied afgebakend: het ging om presentatie-techniek en wat ik daar met mijn achtergrond in het (improvisatie-) theater aan kon toevoegen. Dat heb ik vaker gedaan en ik heb een rijk arsenaal aan oefeningen, tips en ervaringen om er een succes van te maken.

Onbewust toepassen

Maar toch, juist omdat het gaat over presenteren voelde ik net iets meer spanning dan normaal om voor de groep te gaan staan. Als ik iets zeg over houding, stemgebruik, armgebaren, ademhaling, oogcontact dan moet ik dat zelf natuurlijk ook doen. En goed ook. Juist daar schuilt het gevaar: het te goed willen doen en je te veel bewust zijn van wat je aan het doen bent, kan in de weg zitten. Je wilt de technieken onbewust toepassen tijdens het presenteren, als een programma dat op de achtergrond draait. Maar dat wordt nu bemoeilijkt.

Startpunt

Mijn oplossing was om gebruik te maken van dit probleem. In mijn introductie nam ik de groep mee in mijn perspectief van iemand die net nog tussen de groep zat koffie te drinken en nu ineens voor de groep stond en alle ogen op zich gericht wist. En dat wat met je doet, zelfs al ben je het gewend. Het gaat erom hoe je daar mee omgaat en dat vormde een mooi startpunt voor mijn training. Die overigens erg goed ging, al zeg ik het zelf.

Meta-meta

Voor de ware liefhebber tot slot nog een mooi inception-momentje uit die sessie. Ik wees één van de deelnemers op het gebruik van al te veel meta-commentaar in de presentatie (bijvoorbeeld ‘oh, deze slide had ik nog niet verwacht’, ‘hopelijk start het filmpje’). Toen ik dat vervolgens nog een zag gebeuren en aankaartte, gaf ik dus meta-meta-commentaar. Als probeer te bedenken wat het is nu ik dit weer aanhaal in deze blog, begint het me al te duizelen…

Weer een volle week met veel leuke klussen achter de rug: podcasten, muziek maken en presenteren op het internationale festival IMPRO Amsterdam, les geven over het ontwikkelen van nieuwe formats bij het haagse collectief Improfessioneel, zelf optreden in Nijmegen en tot slot mijn cursisten bij CREA door hun voorstelling loodsen. En ook komende week staan er weer een hoop uitdagende activiteiten op de agenda!

Van start!

Na een fijne vakantie is het nieuwe jaar voor mij goed begonnen met een nieuwe groep om les te geven in Haarlem en een toffe repetitie met improvisatiegezelschap Het Gevolg (zie foto). En een aantal leuke opdrachten en optredens in aantocht, zoals mijn cursisten bij CREA door hun voorstelling coachen, een presentatietraining geven voor De Persgroep, een podcast opnemen en het open podium hosten op het internationale fesival Impro Amsterdam en een workshop geven aan kinderartsen. Hoe achterhaald is het als ik zeg #zinin?

Op naar 2018!

Van de Stadsschouwburg Amsterdam tot het DeLaMar theater, van IMPRO Amsterdam tot het Nederlands Theatersport Toernooi, van interviews met Mark Rutte en Jesse Klaver tot blogs en podcasts, van ABN Amro, A.S.R. Verzekeringen en de Nederlandse Spoorwegen tot de gemeente Soest, van Kasteel de Haar tot middelbare scholen door het hele land, van Hoorn tot Gent, van een nieuwe website tot… Nouja, ik heb een nieuwe website gekregen in 2017. En een heleboel mooie opdrachten, optredens en samenwerkingen. Iedereen die daar onderdeel van was: ontzettend bedankt. Ik wens iedereen een prachtig 2018.

PowerPointKaraoke: improviseren, creëren en presenteren

‘Improviseren, creëren en presenteren’ is het motto van Bliksemfles. Bijna alles wat ik doe heeft daarmee te maken. Deze week kwamen alledrie de onderdelen wel heel mooi samen toen ik voor de gemeente Haarlemmermeer een demonstratie PowerPointKaraoke verzorgde. Eh… wat? PowerPointKaraoke dus, een concept waarbij sprekers een PowerPoint-presentatie houden die ze nog nooit eerder hebben gezien. En waarbij het publiek vooraf het onderwerp bepaalt. Het is aan de spreker zich daar uit te redden en met vaak hilarische gevolgen.

Zo legde ik uit hoe mijn nieuwe religie (met mijzelf in de rol van messias) tot stand kwam aan de hand van slides over beleggen en vertelde collega Laura Doorneweerd aan de hand van dezelfde slides over haar puberteit. Stefan Hendrikx gaf zijn visie op het fuseren van gemeentes met behulp van een presentatie over datascience. En in een door-draai-presentatie presenteerden we een plan over eten, drank en moord binnen de gemeente. Tot slot lieten we het publiek ‘analoge’ slides maken door papier en stiften uit te delen en de tekeningen die dat opleverden vormden de slotpresentatie over watercompensatie en de verkiezingen. Wat maakt dat dit bijzondere format zo goed werkt? Zoals gezegd zijn er naar mijn idee drie pijlers.

Improviseren

Het is voor de spreker een kwestie van flink improviseren: elke slide is een verrassing waar je op in moet spelen. Ondanks het feit dat de vorm anders is dan de gemiddelde improvisatie-speler gewend is zijn dezelfde principes van toepassing. Laat de controle los, vertrouw op je impulsen en neem risico (‘op de volgende slide laat ik zien hoe dat precies werkt…’. En blijf goed kijken en luisteren, in details op de slides zit meestal al genoeg om een heel verhaal aan op te hangen.

Als mede-sprekers vroeg ik twee collega’s uit impro-wereld. En daar had ik geen spijt van, want ik heb erg genoten van hun bijdrages. Bijkomend voordeel van werken met improvisatoren: je krijgt er meteen een portie creativiteit en openheid bij. Toen Laura met het idee van de ter plekke getekende ‘slides’ kwam, was ik daar meteen enthousiast over. En toen ik die ochtend zag dat de ruimte was voorzien van twee schermen waar de presentaties op te zien waren, bedacht ik dat het leuk was twee mensen een ander verhaal bij dezelfde slides te laten vertellen in een soort split-focus. En daar gingen mijn collega’s meteen in mee. Beide ideeën hebben we toegepast en pakten ontzettend goed uit.

Creëren

Een improvisatie-skill-set zorgt er op deze manier voor dat je nieuwe dingen kunt creëren. Dat lijkt bijna vanzelf te gaan. Voor mij erg belangrijk, want ik heb het concept PowerPointKaraoke niet zelf verzonnen (ik geloof dat het vanuit de Verenigde Staten via Duitsland een beetje over is komen waaien, ik ken het dan weer via Victor Romijn en theatersalon De Mus) en dus wilde ik er graag een eigen draai aan geven. Te meer omdat de opdrachtgever vroeg het te benaderen als een voorstelling waar het publiek naar kijkt. En dus niet zoals ik eerder heb gedaan in een vorm waarbij de medewerkers in de organisatie eerst een workshop krijgen en dan voor elkaar gaan presenteren.

Presenteren

PowerPointKaraoke is naast ontzettend leuk om te doen en naar te kijken namelijk ook nog leerzaam. We hielden de gemeente ook een spiegel voor, door met een knipoog aan de haal te gaan met het hun thema’s en jargon. Daarom gebruikten we ook een presentatie van de gemeente zelf. Maar het grootste onderdeel is toch wel de vorm. Het is ook een demonstratie in presenteren. Een groot deel van de humor zit in het feit dat vorm en inhoud zo hard botsen. De vorm is een serieuze presentatie (ik trok niet voor niks een pak aan), maar iedereen in het publiek weet dat het inhoudelijk niet klopt. Bij trainingen benadruk ik dat ook altijd: als je zo goed een onzin-verhaal kunt presenteren, waarom zou je je dan druk maken over een presentatie die je wel hebt voorbereid en waar je wel inhoudelijk achter staat?

Dat iedereen ervan had genoten en om kon lachen, was natuurlijk mooi. Maar nog mooier vond ik een opmerking van de opdrachtgever achteraf. Hij zei dat het soms zo overtuigend was dat hij bijna ging geloven in het verhaal dat we vertelden. En dat allemaal dankzij een flinke portie improviseren, creëren en presenteren.

PS Graag sluit ik deze blog af met de slide die we na iedere geïmproviseerde presentatie lieten zien:

Pubers, improvisatie en denkbeeldige dildo’s

Deze week was ik weer eens op een middelbare school (of eigenlijk: twee op één dag). ’s Ochtends gaf ik workshops theatersport aan 5vwo-ers. Het waren opvallend kleine groepen, zo’n 8 tot 10 leerlingen. Dat bood de ruimte om ze veel aandacht en coaching te geven en ik moet zeggen: ze pikten het heel goed op. Aan het einde liet ik ze een paar scenes improviseren. Toen ik de leerlingen aan de kant om een locatie vroeg, riep iemand ‘een sexshop’ (het blijven pubers…). Normaal gesproken schuif ik zulke suggesties terzijde, maar met deze groep durfde ik het wel aan.

In de sexshop

Uiteraard checkte ik even of de spelers er comfortabel genoeg mee waren en toen dat het geval bleek ging het van start. En het werd een ontzettend leuke scene zonder alle platvloersheid die je verwacht. Een meisje speelde een ongemakkelijk verkoopster op haar eerste dag, een jongen een vaste klant die aanvankelijk heel zelfverzekerd liep te shoppen maar uiteindelijk moest toegeven dat hij verlaten was door zijn vrouw. Zo ontstond midden tussen de denkbeeldige dildo’s en zweepjes een mooie scene die veel meer ging  over menselijke gevoelens en onvermogen dan over de spullen die je in een sexshop tegenkomt. En dat door twee tieners.

Gay I

Even later vroeg ik om een beginzin voor een scene. ‘Ik ben gay’ was de suggestie vanaf de zijkant (het blijven pubers deel II). Met bovenstaande ervaring in het achterhoofd verwierp ik het idee niet meteen. Toen de leerlingen – twee jongens – die gingen spelen ook geen bezwaar maakten, kon het improviseren beginnen. Het spannende moment aan het begin – wie durft deze beladen beginzin uit te spreken – duurde korter dan ik had verwacht. De tegenspeler reageerde eerst afwijzend op deze mededeling, maar met een beetje coaching ontstond weer een mooi verhaal. ‘Ik had op iets meer steun gerekend, we zijn al vrienden vanaf de basisschool’, zei de jongen wiens karakter net uit de kast was gekomen. ‘Dus je wilt niks van me?’ vroeg de ander. ‘Nee man, we kunnen toch gewoon een biertje gaan drinken.’ Ik ken ervaren improvisatie-spelers die dit thema minder goed zouden aanpakken en uitspelen dan deze twee scholieren.

Gay II

’s Avonds speelde ik in Zoetermeer op een andere school. In de zaal ruim 300 nogal uitgelaten brugklassers. Al meteen in de eerste scene  kwam als suggestie uit de zaal dat ik op jongens viel en mijn tegenspeelster op meisjes (het blijven pubers deel III). Waar ze misschien hadden gehoopt op platte grappen, gooiden we het thema pesten er tegenaan. En ok, uiteindelijk slachtten we in science-fiction-style (een andere suggestie uit de zaal) een pester af, maar toch. We lieten heel even zien hoe je ook met dit thema om kunt gaan. En ik dacht nog even terug aan de bovenbouwers van die ochtend die zo mooi het goede voorbeeld gaven.

Afgelopen weekend was ik jury op het Nederlands Studenten Kampioenschap Theatersport. Mooi om te zien dat er zoveel talent zo enthousiast is voor de edele kunst van het improviseren. En helemaal mooi dat de basis eigenlijk altijd hetzelfde is, of je nou werkt met (semi)professionals of amateurs, beginners of gevorderden, jong of oud.